Menu

De Top 25 Boekhouder Termen Die Elke Student Moet Weten

Deze volgende 25 zinnen zijn de meest belangrijke termen die worden gebruikt bij accounting. Elke aankomende student die nadenkt over het behalen van een accounting diploma zal bekend moeten worden met deze termen:

Boekhoudkundige Vergelijking: De meest basale vergelijking in accounting is Activa = vermogen en activa = verplichtingen + eigen vermogen.
• Accounts: Alle accounting systemen noteren de activiteiten van accounts, welke toe- en afnames van assets, verplichtingen, eigen vermogen, omzet en uitgaves samenvatten.
• Crediteurenadministratie: Facturen die een bedrijf verschuldigd is aan de overheid of leveranciers.
• Debiteurenadministratie: Het bedrag wat je van klanten tegoed hebt voor producten en diensten.
• Accrual Basis Accounting: Administratieve kosten en verkopen op het moment van transactie.
• Assets: Alles van waarde wat een bedrijf bezit.
• Balans: De financiële toestand van een bedrijf op een specifieke datum.
• Cashflow: De beweging en timing van geld dat in en uit het bedrijf stroomt.
• Rekeningschema: Een lijst van alle rekeningen in een boekhoudsysteem.
• Krediet: Gebruikt in Double Entry Accounting om een verplichting of een aandelenrekening te verhogen.
• Debet: Gebruikt in Double Entry Accounting om een activarekening te verhogen.
• Directe Kosten: Uitgaves inclusief arbeidsloon en materialen.
• Double Entry Accounting: een boekhoudsysteem dat de balans onderhoudt: Activa = vermogen + eigenaar
• Eigen vermogen: Middelen die worden geleverd aan een bedrijf dat de eigendom van of vorderingen op de activa vertoont.
• Uitgaven: Geld uitbetaald aan leveranciers, verkopers, overheid, werknemers, goede doelen, enz.
Jaarrekening: Verwijst naar balans en resultatenrekening.
• Grootboek: Een boek welke alle stijgingen en dalingen in alle rekeningen van een bedrijf vermeld.
• Brutowinst: Geld dat overblijft na aftrek van de directe kosten van de verkoopprijs.
• Resultatenrekening: Rapport met wijzigingen in het eigen vermogen.
• Indirecte kosten: Uitgaven die indirect verband houden met de diensten aan klanten.
• Voorraad: Materialen gekocht met de intentie om te verkopen.
• Journaal: Chronologisch dagboek dat bedrijfsactiviteiten bijhoudt.
• Verplichtingen: Vorderingen op activa door iemand anders dan de eigenaar.
• Netto-inkomen: Het resterende geld na aftrek van alle onkostenvergoedingen.
• Ingehouden winsten: Bedrag van het netto inkomen verdiend en behouden door het bedrijf.

Dus, ben je geïnteresseerd in het behalen van één van de vele accounting diploma’s beschikbaar, dan is het doorlezen van deze bij accounting gebruikte termen een goede start.

 

https://offerte.nl/boekhouder